03. Enkele aandachtspunten

Obligaties worden doorgaans uitgegeven zonder bijzondere voorwaarden. De obligatiehouder heeft dezelfde rechten als een gewone schuldeiser van de onderneming die de effecten uitgeeft. Als die onderneming om één of andere reden in vereffening gaat (ze gaat bijvoorbeeld failliet), dan worden de obligatiehouders terugbetaald nadat de bevoorrechte schuldeisers vergoed zijn. Bevoorrecht zijn onder meer de leukste schuldeisers zoals de deurwaarder, de fiscus, het RIZIV, de RSZ.

Het gebeurt dat de obligatie achtergesteld is. En dat is vaak een gevaarlijke situatie. De terugbetaling kan immers een probleem vormen als de debiteur in moeilijkheden komt omdat de bevoorrechte én de gewone schuldeisers voor de obligatiehouder komen. Die staat bij een achtergestelde obligatie op de voorlaatste plaats. Alleen de aandeelhouders komen er nog achter. Doorgaans bieden dergelijke obligaties een hoger rendement. Zoals vrijwel altijd bij beleggingen, gaan een hoger rendement en meer risico hand in hand.

Er bestaan nog andere gevaren voor de brave obligatieliefhebber. De klassieke obligatie is vastrentend. Bij de uitgifte wordt de rente vastgelegd. Ze blijft onveranderd gedurende de gehele looptijd. Periodiek heeft de obligatiehouder recht op zijn rente. Maar er bestaan ook obligaties met variabele rente, de zogenoemde ‘floating rate notes’. De uitgever van de obligaties legt het renterisico volledig bij de obligatiehouder. Hij betaalt om de drie of zes maanden rente uit en kan het tarief op dat moment herzien in functie van de rente op de internationale geldmarkten zoals de LIBOR (London Interbank Offered Rate). De obligatiehouder weet dus nooit vooraf hoeveel rente hij zal ontvangen. Dergelijke constructies zijn alleen interessant voor wie weet, of meent te weten, hoe de rente zal evolueren.

Wie denkt dat een obligatie altijd terugbetaald wordt op de vervaldag, denkt verkeerd. De perpetual loopt in principe eeuwig. Dat is lang. Niemand weet precies hoe lang. En dat is ook zo, maar dan anders, voor obligaties met zeer lange looptijd. Die zijn immers vaak vervroegd terugbetaalbaar in schijven. Dat kan zelfs op verschillende manieren. Ja, de obligatiemarkt is veel boeiender dan velen denken.

Een regelmatig gebruikte methode is de uitloting of trekking. De debiteur betaalt elk jaar een zeker bedrag terug. Lottrekking bepaalt welke nummers van de obligatie terugbetaald zal worden. De koper van de obligatie weet dus hoegenaamd niet wanneer hij zijn geld zal terugkrijgen. Om verrassingen te vermijden is het daarom raadzaam bank of beursvennootschap jaarlijks te consulteren omtrent een mogelijke uitloting.

Bij sommige obligaties is de emittent verplicht om op regelmatige tijdstippen terugbetalingen te doen via uitloting. Maar andere emittenten zijn slimmer. Zij leggen zichzelf niet de plicht op om vervroegd terug te betalen. Neen, ze behouden zich het recht voor om terug te betalen.

Bij zo’n effecten, obligaties met een ‘call-optie’, is de obligatiehouder vrijwel altijd de klos. Want wanneer zal de emittent terugbetalen? Juist, als het hem het best past. En wanneer past het hem het best? Als de rente zakt, want dan kan hij de oude obligaties terugbetalen en eventueel vervangen door nieuwe met een lagere rente. Wie call-optie zegt, moet ook put-optie zeggen. zijn obligaties waarbij de obligatiebezitter de vervroegde terugbetaling mag vragen.

Follow Us

Twitter icon
Facebook icon

Copyright 2015 - 2016 - Disclaimer - Over ons - PrivacyContact

Back to Top