Opkomende markten kwetsbaar door afhankelijkheid buitenlandse kredietverstrekkers

Welke opkomende markten bouwen in toenemende mate buitenlandse schuld op en vormen een risico? En welke landen helpen deze schuld financieren? Op beide fronten baart China zorgen. Craig Botham, econoom Emerging Markets van Schroders, concludeert dit uit de kwartaalupdate van de Bank for International Settlements (BIS).

Uit het rapport van de BIS blijkt dat er meer buitenlands kapitaal naar Azië en Latijns Amerika stroomt, dan naar de EMEA-regio. Maar in de laatste 18 maanden zagen alle regio’s de kapitaalinstroom teruglopen. Het beleid van de Fed en zorgen over China zijn hier waarschijnlijk debet aan. Op het eerste gezicht is dit een bemoedigend gegeven, omdat het betekent dat schuldafbouw en afname van risico in gang zijn gezet. Aan de andere kant kan het ook duiden op een vertraging van de regionale economische activiteit.
Als het gaat over schuld in Azië ligt de focus bijna altijd op China. Maar ook andere landen hebben hun afhankelijkheid van buitenlandse banken fors zien toenemen, zoals Thailand, Indonesië en Maleisië. Niet verrassend is dat Japan meer een geldschieter in de regio is dan andere grote economieën. Japan is goed voor 37% van de buitenlandse bankvorderingen op Thailand en 20% van de vorderingen op Indonesië. Interessant is dat banken in Hong Kong na Japan de grootste geldvertrekkers zijn in Thailand en Indonesië, en het grootste deel van de vorderingen op Maleisië hebben.

Botham vermoedt dat Hong Kong een proxy is voor de Chinese betrokkenheid bij bancaire kredietverlening. Gezien de mondiale ambities van China zou het vreemd zijn als China niet actief is op dit terrein. Het is goed mogelijk dat China achter de vorderingen zit die niet aan banken toe te schrijven zijn - 40-50% van de buitenlandse schuld van Thailand, Indonesië en Maleisië is niet aan een bepaald land toe te wijzen. Wat dit betreft, vormt niet zozeer het monetaire beleid van de Fed een risico, maar het beleid van de BoJ en de PBoC. Botham verwacht dat het niet lang zal duren voordat de Chinese liquiditeitsproblemen zich zullen uitspreiden naar deze drie landen.

Kredietverlening aan China is een wereldwijde industrie. Van de vorderingen op China is 60% in handen van de bancaire sector. Wat impliceert dat een flink deel door niet-banken wordt geclaimd. Maar de gegevens wijzen niet uit welk deel daarvan langs niet-financiële bedrijven gaat en welk deel overheidsinstellingen met schaduwfinanciering voor hun rekening nemen. Hoe dan ook, de snelgroeiende Chinese afhankelijkheid van buitenlands kapitaal baart zorgen. Vooral ook omdat zij moeilijker te controleren is dan binnenlandse kapitaalstromen. Desalniettemin mag men niet vergeten dat door de devaluatie van de Chinese munt in 2015 de buitenlandse schuld afgebouwd werd en de kwetsbaarheid enigszins afgenomen is. Maar er is nog een lange weg te gaan.

 

Follow Us

Twitter icon
Facebook icon

Copyright 2015 - 2016 - Disclaimer - Over ons - PrivacyContact

Back to Top